Vrijmetselarij in beeld

Door H.J. Flinsenberg, Oktober 2014
1. Inleiding
Op twee manieren kan men over de vrijmetselarij aan buitenstaanders iets duidelijk maken. De eerste is het publiceren van verhalen over wat het vrijmetselaar-zijn inhoudt, hoe je dat ervaart en wat het lidmaatschap van een loge voor de betrokkene betekent. De tweede is uiteen te zetten wat er in de vrijmetselarij tot stand is gekomen in de lange historie die de Orde van Vrijmetselaren in Nederland achter zich heeft,. Deze bespreking volgt de tweede weg. We verwijzen naar het boek wat hier voor ons ligt: De beoefening der koninklijke kunst in Nederland / Een cultuurgeschiedkundige platenatlas der vrijmetselarij in Nederland, samengesteld door J. J. Hanrath, P. H. Pott, & B. Croiset van Uchelen, 44 pp., 94 pl. met tegenoverstaande tekst, 33 x 23 cm.. Uitgave van de Maçonnieke Stichting Ritus en Tempelbouw, Laan van Nieuw Oosteinde 174, Voorburg (1972).

Voor geinteresseerden die na afloop wat meer over de vrijmetselarij willen lezen kan ik het boek Vrijmetselarij / Een poging tot inzicht en waardering , aanbevelen, geschreven door wijlen pater M. Dierickx, en verschenen in 1968.

Allereerst wil ik graag proberen een inleiding over vrijmetselarij in het algemeen te geven, al wijs ik erop dat mijn visie, zoals die van ieder vrijmetselaar, slechts een persoonlijke kan zijn. Het makkelijke stuk zijn de juridisch exacte feiten. De Vrijmetselarij is opgericht op 24 juni 1717 te Londen, toen daar vier loges bijeenkwamen om een grootmeester te kiezen, die de bevoegdheid had andere loges te erkennen. Door die erkenning wordt een loge regulier, Alleen hij is vrijmetselaar die in zo’n erkende loge op de voorgeschreven wijze als zodanig is aangenomen. Die erkende vrijmetselaren hebben een omvangrijk geheel opgebouwd van ritualen, tradities, gebruiken, parafernalia, overeenkomsten, organisaties, bepalingen en gewoonten; dat geheel vormt de vrijmetselarij.

De vrijmetselarij is een orde, met een duidelijke structuur zoals we die bij andere ordes ook kunnen aantreffen, echter met accenten die in lijn zijn met haar beginselen. Zo kan men kan alleen lid worden op eigen initiatief, waarbij men moet voldoen aan bepaalde kwalificaties; wat de vrijmetselarij betreft zijn die samen te vatten in de formule ‘een vrij man van goede naam’. Bij toetreding belooft men het doel der orde naar beste vermogen na te streven, waarbij de leden elkaar helpen en dit in een absloute vertrouwde omgeving. Bovendien wordt bij toetreding de oprechte bedoeling verondersteld om lid te worden voor het leven. Vandaar de zorgvuldigheid waarmee kandidaten voor het lidmaatschap worden onderzocht op de ernst en kwaliteit van hun motieven; vandaar ook het respect dat de leden van de orde elkaar zijn verschuldigd. De vrijmetselaar zoekt  hierbij wat mensen verbindt en tracht weg te nemen wat hen verdeelt, opdat het ideaal van een allen verbindende broederschap gestalte kan krijgen. Daarbij aanvaardt hij een persoonlijke verantwoordelijkheid ten opzichte van de wereld, die hij ziet als een te voltooien bouwwerk waarvan ieder mens een levende bouwsteen is.  Hij verricht die arbeid in het licht van een hoog beginsel, symbolisch aangeduid als “Opperbouwmeester des Heelals”. Een nieuweling moet een leertijd doormaken, die uiteindelijk resulteert in het meesterschap. Leden kiezen één uit hun midden als ‘primus inter pares’ met in gezamenlijk overleg vastgestelde bevoegdheden: de Voorzittend Meester.

2. Vorm van de Vrijmestelarij-De Koninklijke Kunst

Centraal hierin is de beoefening der Koninklijke Kunst in Nederland .

Een koninklijke kunst als in een allegorisch verhaal wat gezamelijk wordt beleefd in de vorm van een rituele reis door het leven, waarin de vrije handeling van de vrijmetselarij alles bepalend is. De reis wordt vrijwillig aangegaan. Het woord vrij-metselaar heeft daarop overigens geen betrekking. Het Engelse woord Freemason is een inkorting van ‘free stone mason’, waaronder verstaan werd iemand die de fijnste, zachtste steen wist te bewerken, welke diende voor beelden en versieringen. Bij de aanneming tot vrijmetselaar ligt, zoals gezegd, de nadruk op de vrijwilligheid van de stap die men doet, en op de persoonlijke verantwoordelijkheid daaraan verbonden.

De Konklijke Kunst wordt opgevoerd  buiten het ‘gewone’ of ‘eigenlijke’ leven. Inderdaad hebben de bijeenkomsten van vrijmetselaren een onmiskenbaar ‘afgelsoten’ karakter, ook al ontbreken verwijzingen naar het leven buiten de loge allerminst. Hierin zal de vrijmetselarij niemand aanzien of rijkdom brengen. Dienstbaarheid aan het algemeen belang wordt gevraagd, maar niet opgelegd. Politieke en godsdienstige twistgesprekken zijn daarbij in alle loges verboden. De vrijmetselarij is omgeven met luister en glorie, al is deze volstrekt on-commercieel. De deelnemers kleden zich ceremonieel; er is een rijke verscheidenheid aan versierselen en gebruiksvoorwerpen.

De Koninklijke Kunst streeft daarbij naar wat in wezen uiteindelijk het onbereikbare is. Met hoog ethische reflectie, idealen van persoonlijke vorming en samenleving. De Engelse omschrijving van vrijmetselarij als ‘a peculiar system of morality, veiled in allegory and illustrated by symbols’ legt dit aspect met alle gewenste nadruk vast. Vrijmetselarij is een gezelschap waarin ethiek en stijl hoog genoteerd staan.

De Koninklijke kunst betekent iets, viert iets. De ritualen hebben betrekking op de aanneming tot leerling-, bevordering tot gezel-. of verheffing tot meester-vrijmetselaar, of op bezinning naar aanleiding van het zomer- en winter-solstitium, of van het begin van een nieuw jaar van maçonnieke arbeid. Het maçonnieke rituaal raakt de deelnemers; het is ook de bedoeling dat zij zich bewust identificeren met degene die het gebeuren voor de eerste maal ondergaat. De vrijmetselaar treedt naar binnen en gaat een gesprek in met de stilte waarin Opperbouwmeester van het Heel Al vaak verborgen is. Het rituaal is daarin ondersteunend. Het wordt op ceremoniële wijze geopend en gesloten en noopt tot regie, tot vormgeving, met zorgvuldig tot stand gekomen teksten en handelingen; het is nodig om allerlei zaken te doordenken, te formuleren, vast te leggen, over te leveren. Wat wij dan ook doen. Veel in deze gaat terug op een ver verleden. Sommige zeggen tot begin vorige eeuw, anderen benadrukken de begintijd van de Nederlandse vrijmetselarij, weer andere zien de invloed veel verder terugaan tot aan opvallende gelijkenissen met bijvoorbeeld de Egyptische ritus.

De Koninklijke kunst voltrekt zich binnen een bepaalde, omgrensde ruimte. De ruimte die vrijmetselaren gebruiken wordt wel ‘tempel’ genoemd, in die echte betekenis van ‘datgene wat afgezonderd is’, afgezonderd namelijk van de buitenwereld.

Binnen de loge heerst een eigen en volstrekte orde. Dit is het geval met de tempel als zodanig – die georiënteerd is op de vier Windstreken en op een bepaalde manier is ingedeeld – en in de hiërarchische opbouw van de loge zelf, met een voorzittend meester (die voor een bepaalde tijd is gekozen), twee opzieners, meesters, gezellen, leerlingen, alsmede in het vaste, overgeleverde karakter van dat wat plaats vindt.

De Koninklijke kunst  heeft onmiskenbaar aesthetische kwaliteiten. Men mag een rituaal gerust vergelijken met een toneelstuk van hoge klasse. Er moet iets ‘lukken’ in de manier waarop deze allegorische kunst wordt uitgevoerd, vrijmetselaren moeten in deze de kunst begrijpen, hun rol kennen, hun plaats weten. Gaat alles goed, dan werkt er iets in en door deze kunst, en ontstaat er een besef van schoonheid, van een zich opgenomen weten in een hogere ordening.

De Koninklijke Kunst heeft regels, ten aanzien waarvan geen scepticisme mogelijk is. Men aanvaardt ze, en dan ook geheel. Van oudsher is de vrijmetselarij hierin bijzonder strikt geweest. Wie tot lid van de orde werd aangenomen; beloofde plechtig, niets van de geheimen der vrijmetselarij te zullen verraden. De vrijmetselaren hanteren daarbij een maçonnieke terminologie, en hebben een gezamenlijk bezit van geheimen welke zich voltrekken in beslotenheid. Ieder huwelijk heeft zijn geheimen, ieder goed functionerend bestuur zelfs. Dát er geheimen zijn, is belangrijk. Het belang blijkt uit het feit dat maçonnieke herkenningswoorden en -gebaren formeel worden toevertrouwd.

De Koninklijke kunst bevordert hierbij gemeenschap. Dat is te ervaren door iedereen die er aan deel heeft. In de vrijmetselarij wordt die gemeenschap in eerste instantie verwerkelijkt in de loges. Zij bestaan uit 20 – 100 leden, die elkaar vrij goed tot zeer goed kennen, en de gemeenschap vormen ter opvoering van de ritualen. Daarbij is het maçonnieke spel geen doel, maar middel. Doel is het leerproces, werken aan jezelf en, zoals het heet, om ‘mannen tot elkaar te brengen, die anders in voortdurende verwijdering van elkaar zouden zijn gebleven’: het beleven van een echte broederschap.

De Koninklijke Kunst (in zijn hogere vormen) is daarbij geassocieerd met het fenomeen heiligheid in zijn oorspronkelijke betekenis: HEEL zijn/worden. Zij wordt opgedragen aan, of voltrokken in naam van, de hoogste macht in het universum, in casu de Opperbouwmeester van het Heel Al. De vrijmetselarij is zeker geen eredienst, maar aanvaarding van dit gegeven – waarvan het inhoudelijk begrip aan ieders eigen interpretatie wordt overgelaten – is essentieel voor een gemeenschappelijke beleving.

3. De tempel van Salomo

De ritualen zijn gebaseerd op verhalen uit de Bijbel. Dit boek wordt in allerseerste plaats gezien als een boek van wijsheid, en een symbool op zich. De bijbel klinkt door in de ritualen: 1) geen rituaal wordt opgevoerd zonder dat dit boek der boeken ligt opengeslagen, 2) de meeste ritualen zijn gebaseerd op een thema uit de Bijbel, veelal oud-testamentisch, 3) veel zinswendingen in de ritualen zijn op enigerlei manier aan Bijbelteksten ontleend. Boven en behalve de algemene drie graden van leerling, gezel, en meester, kent de maçonnerie nog andere werkwijzen; deze gaan veelal uit van andere Bijbelse gegevens, sommige daarvan meer nieuw-testamentisch. Van alle themata die in de vrijmetselarij worden gebruikt is het meest algemene, het meest fundamentele, de bouw van de tempel van Salomo. Vrijmetselaars bouwen, zoals dat wordt uitgedrukt, ‘aan een onzichtbare tempel, waaraan die van Salomo ten zinnebeeld strekt’, een tempel gemaakt met levende bouwstenen. De vrijmetselaar beschouwt zichzelf als een symbolische bouwsteen, die zo lang en zodanig moet worden bewerkt tot hij bruikbaar is voor die bouw. Een voorbeeld wordt hem voor ogen gehouden in de vorm van een goed afgewerkte, zuiver kubieke steen. Ziedaar dus een symbool dat een concrete richtlijn biedt voor handelen in het dagelijks leven.

De trouvaille van de vrijmetselarij is de abstractie van het bouwen van de tempel van Salomo, waardoor het niet alleen kon worden opgevat in overdrachtelijke zin, maar tevens worden gebruikt als norm en leidraad voor handelen onder eigen verantwoordelijkheid door, in principe, iedereen. Dit is de betekenis van de overgang van ‘operatieve metselarij’ tot ‘speculatieve’ (dat is: bespiegelende) vrijmetselarij. De 18de eeuw bood de burgerij nieuwe mogelijkheden tot initiatief en ontplooiing. Met herinnering aan het gildewezen liet zich in de vrijmetselarij een methode creëren om in symbolische vorm dat bouwen aan Salomo’s tempel, die Koninklijke Kunst, te beoefenen in een nieuw perspectief: ‘het bouwen aan een betere wereld, een betere leefgemeenschap’ . 

Persoonlijke beleving

Hoe gaat de vrijmetselaar, die een verband zoekt tussen dat ideaal van koninklijke tempelbouw en zijn eigen persoonlijkheid, nu te werk? Bij het bezien van de vraag dient vooropgesteld dat vrijmetselarij een methode is. Tijdens het maçonniek gebeuren worden dingen genoemd en symbolen getoond welke naar die (tempel)bouw verwijzen. Het rituaal is een allusieve, dat is toespelende, handeling en tekst, die als een gebeuren wordt beleefd ‘ dat wekkend is ten aanzien van hen die daar actief aan deelnemen, en wel doordat het zinspeelt op een gegeven dat in aanleg bij alle deelnemers bekend wordt geacht en waarbij de deelnemers zich actief en bereid openstellen om zijn wekkende werking te ondergaan’.  “Daarin zullen zij enerzijds een persoonlijke stimulering vinden tegen de achtergrond van eigen denk- en gemoedsleven en religieuze verwerking, anderzijds wordt hierdoor een onderlinge verbondenheid van de deelnemers gestimuleerd als deelgenoten aan een geheim…”. Dit brengt met zich mee dat de beleving der vrijmetselarij multi-interpretabel is, en moet zijn. Zij is, geheel en al, ondogmatisch. De ritualen zijn van voldoende breedte en diepgang om ieder der deelnemers in staat te stellen er zeer veel in te herkennen dat op zijn eigen leven en streven als vrij man van goede naam toepasbaar is; natuurlijk worden vrijmetselaars door een meer ervaren broeder in dat herkennen ook onderricht. De winkelhaak als symbool van, bijvoorbeeld, ‘de rechte verhouding’ welke dient te bestaan tussen de vrijmetselaar en zijn medemensen, is voldoende bekend. Het symbool is er: het moet herkend worden, pas dan kan men zich eraan activeren.

Dialectische verschillen

De grondgegevens zijn in verschillende landen op verschillende wijzen uit-gewerkt, onder behoud van een aantal constante punten. Gelijk al gezegd, is de vrijmetselarij van Britse oorsprong. Zij raakte snel verbreid in Frankrijk, waar zij modificaties onderging. Het culturele leven in Nederland in de 18de eeuw was sterk op Frankrijk gericht, en Franse invloeden zijn in de vrijmetselarij in ons land dan ook alom aanwijsbaar, bijvoorbeeld in de namen van vele loges: La Vertu (onze moederloge), Le Profonde Silence en Le Préjugé Vaincu ( dochterloge Zwolle).

De idealen, waarmee de vrijmetselarij in Frankrijk verweven raakte, waren van humanitaire en cosmopolitische aard: liberté – égalité – fraternité. De aandacht valt dan vooral op de individuele mens, zijn persoonlijke verantwoordelijkheid, en zijn recht om zelfstandig te zoeken naar waarheid. Vanuit de innerlijke beleving kan men een toename van inzicht in de wereldorde mogelijk achten, die men kan typeren als een toestand van verlichting. In deze opvatting van vrijmetselarij wordt het rituaal vaker naar eigen inzicht aangepast, kan men er stukken uit weglaten of aan toevoegen: dat is in de Nederlandse vrijmetselarij ook gebeurd. Van de vrijmetselaar wordt dan verwacht dat hij een individueel denker is.

In de Engelse maçonnieke sfeer ligt de nadruk op het gemeenschappelijk handelen, zoals dat bij traditie is vastgelegd; het rituaal staat buiten en boven alle discussie. Een eventueel eigen inzicht is secundair; van de spelers wordt verwacht dat zij hun rol kennen.

Ook is het zo dat de symboliek van de vrijmetselarij van tweeërlei aard is: die van de bouw en die van het licht. Wie de individuele beleving voorop stelt, zal de nadruk leggen op de lichtsymboliek. De Nederlandse vrijmetselarij is wat dat betreft een mozaïek van schakeringen. Sommige loges stellen het ‘operatieve’ element, het bouwen, centraal, andere het ‘speculatieve’ of bespiegelend element. Er is een zekere vrijheid om het rituaal te variëren.

Wat kunt u verwachten in de vrijmetselarij

Hoewel een wereld op zich, is de vrijmetselarij nochtans bepaald geen doel in zichzelf. De vrijmetselarij is een leerschool doordrenkt van een drang tot vormgeving aan houding, gebaar, woord en gedachte. Dat alles geschiedt belangeloos. Wie vrijmetselaar is, bemerkt al spoedig dat hij bij zijn broeders toegang heeft op een andere wijze dan via de gewone maatschappelijke of vriendschappelijke of ideologische contacten. Men komt binnen door een speciaal deurtje, een feit dat in overeenstemming is met de afwezigheid in de loge van maatschappelijke ambities, standsverschillen en wrijvingen, en van politieke tegenstellingen. De vrijmetselarij ontsnapt aan die tegenstellingen.  De vrijmetselarij is geen godsdienstig noch een mystiek gezelschap, men kan er daarentegen wel mensen ontmoeten met een diepe belangstelling voor bezinning, bewustzijn, godsdienst, filosofie, liefde voor het woord en mystiek. Daarnaast kent zij een zeker (hoog) percentage leden die geneugt vinden in de gezamenlijke consumptie van spijs en drank met ongedwongen conversatie en welsprekendheid. Stellig heeft de wijde verspreiding van de vrijmetselarij over de wereld een grote praktische waarde voor hen die nogal eens van verblijfplaats wisselen.  Het gedachtegoed: vrijheid, gelijkheid, en broederschap, dat in optima forma, ongevulgariseerd, door de vrijmetselarij bewaard werd, wordt zij het met de menselijke opmaat tot op de dag van vandaag ook in praktijk gebracht.

Deze bijdrage is een bewerking naar eigen inzicht van de auteur van een eerder verschenen publicatie van M. Jacobs  in Streven, Jaargang XXVII – deel 2 – Nr. 8 mei 1974 . Veel is een direct overgenomen uit dit artiekel, sommige delen weggelaten en hier en daar is de terminologie en belichting enigsinds aangepast.

Read More

De Kracht van Symbolen

 

Een plaatje zegt meer dan duizend woorden. En een handeling brengt vaak gevoelens over die bijna onuitspreekbaar zijn. Samen, beelden en handelingen, zijn ze vaak een veelzeggend ritueel.

Wat eenieder voelt bij het aanhoren van zijn volkslied of tijdens het zich scharen achter een vlag van zijn land is zeer verschillen, maar ook erg verbinden.. Soortgelijke momenten van verbinding en met toch de ruimte voor onderscheiden gevoelens kennen we bij de olympische spelen of nationale dodenherdenking, of op koningsdag. Maar ook bij een uitvaart of huwelijk.

Elkaar de ruimte gunnen van die verbonden vrijheid, om binnen die ruimte zichzelf en de ander verder te ontdekken, is de kracht van het werken met symbolen.

Ad van Bijnen is lid van de Loge Le Profond Silence sinds 2005 en vrijmetselaar sinds 1981
Read More

Vrijmetselarij in het algemeen


De zoektocht naar je eigen waarde en waarheid, en jouw plek in het geheel. Samen werken met andere mannen, broeders, met behulp van symbolen en ritualen, om zo te komen tot verrijkt inzicht. Je zelf als het ware durven en willen beschaven. Deze manier van werken bied de vrijmetselaar een weg, om zijn plaats te bepalen ten opzicht van zichzelf, de medemens, en datgene wat hij als leidinggevende kracht beschouwd.

Het is dus geen godsdienst. Maar meer een op een rijke historische gestoelde levenswijze die ook heden ten dage nog zeer actueel is, of kan zijn. Zoek wat je samen hebt en verbind en weg te nemen wat de mensen uit elkaar drijft, is een van de belangrijkste opdrachten die een Vrijmetselaar kent. Maar daarvoor moet je ook jezelf willen kennen.

De vrijmetselarij gaat uit van het recht van ieder mens tot het hebben van een eigen religieuze, politieke of maatschappelijke overtuiging. Als individu tracht de vrijmetselaar met toewijding te werken aan het welzijn van de gemeenschap. Hij streeft ernaar zijn talenten ter beschikking te stellen van zijn medemens. Iedere loge kent door de unieke samenstelling van verschillende leeftijden, beroepen en achtergronden, zijn eigen sfeer. Een kleine zoektocht en bezoekjes leert welke loge het beste bij jou als individu past. De veelal wekelijkse bijeenkomsten bijwonen, maakt dat je de band met je broeders versterkt. Het versterkt het vertrouwen in elkaar, en maakt dat ook jij je zelf kunt laten zien. Van gedachten wisselen en visies met elkaar delen, zonder te discussiëren, maar te compareren (vergelijken) zorgt voor een breder perspectief in het hier en nu.
Read More